De vraagstukken


Challenge A: Lekker boontje
Het “vegaschap” in de supermarkt dijt steeds verder uit met producten die dienst doen als vleesvervangers. Veel van deze producten hebben als hoofdbestanddeel sojabonen. In 2015 gaf de Gezondheidsraad het advies om meer bonen te eten. Het Voedingscentrum heeft vervolgens in haar nieuwste richtlijnen het advies opgenomen om wekelijks peulvruchten, zoals bonen te eten. 

Hoewel bonen vroeger veel werden gegeten, zijn bonen tegenwoordig nog maar weinig populair. De sojabonen voor vleesvervangers komen voor een deel van ver, zodat de milieuimpact al gauw groter is dan die van Nederlandse bonen. Kant-en-klare vleesvervangers bevatten bovendien vaak vrij veel zout, wat gezondheidsrisico’s oplevert. 

Challenge B: Efficiënt van boer tot bord
In deze coronatijd was het voor de consument makkelijker om lokale (en ambachtelijke) producten te kopen, door de extra tijd die vrijkwam toen evenementen en andere activiteiten niet door gingen, het verenigingsleven stil lag en reistijd voor werk of studie beperkt was. Zodra mensen het weer drukker krijgen, kan dat veranderen. Gemak en tijdsbesparing kunnen dan weer belangrijker worden dan de duurzaamheidsgedachte. De vraag is hoe producten uit de korte keten ook in de toekomst beter kunnen concurreren met die van de groothandel en de voordelen van korte ketens goed benut kunnen worden.

Challenge C: Knellende plastic verpakkingen 
Milieuorganisaties, burgers en overheden: Iedereen wil het probleem van de groeiende hoeveelheid plastic afval oplossen. Sinds 3 juli 2021 zijn producten van wegwerpplastic verboden. Dit geldt in heel Europa voor rietjes, bestek, borden, ballonstokjes, watten- en roerstaafjes van plastic. Dit zouden de tien meest gevonden plastic producten op de Europese stranden zijn. Ook zit er vanaf die datum in Nederland 15 cent statiegeld op kleine flesjes onder de 1 liter. Ondanks deze stappen blijft er nog veel plastic afval over, met name afkomstig van voedselverpakkingen.